Dag 19: zondag 17 mei 2009: Le Cap d’Agde.
Gert opteerde voor een uitstapje naar Carcassonne en aangezien het weer bewolkt was, trok ons dat allen aan. Carcassonne lag er verlaten en nogal vuil ogend bij. Het info-buro adviseerde ons de oude Cité te bezoeken, gelegen iets buiten de stad op de heuvel.
De eigenlijke binnenstad, waar ook het stadhuis ligt, is de Ville Basse (Benedenstad) of Bastide St. Louis bezochten we in vogelvlucht. Oude niet onderhouden huizen, vuile straten met hier en daar een clochard aan het portaal van een kerk of kathedraal was niet wat we zochten. het centrum is in de 13e eeuw gebouwd als toevluchtsoord voor bewoners uit de voorsteden. Een stenen brug over de Aude verbindt de oude Cité en de nieuwe stad met elkaar en daar moesten we zijn.
Het was er enorm druk, maar de moeite. De Citadel of Cité ligt op de rechteroever van de rivier de Aude. Het is de grootste vesting van Europa. In de citadel bevinden zich veel historische gebouwen en het Château Comtal. Er omheen is een dubbele muur. De buitenmuur heeft 16 torens en de binnenmuur heeft 24 torens. Tussen de muren liggen de lices (Een lice of dwingel is de ruimte tussen twee verdedigingsmuren. Het betreft een vlak terrein, meestal begroeid met gras. De breedte van de dwingel bedraagt minder dan een boogafstand, de afstand die een pijl kan vliegen. Zo kan een vijand die de buitenste muur heeft bedwongen, vanaf de binnenste muur beschoten worden. Om die reden zijn torens in de buitenste verdedigingsmuur altijd open aan de achterzijde. Het open terrein biedt geen beschutting en geeft een vrij schootsveld)
Bij de ingang van de Cité speelde een vrouw op leeftijd viool met zoveel passie dat je de tijd vergat.
In een klein restaurantje aten we iets gewoons, maar Gert riskeerde een Cassoulet, een Franse eenpansschotel waar we allen reikhalzend naartoe keken, maar we mochten niet proeven.
We hadden nog tijd over en Minerve – een middeleeuwse stad - lag min of meer op onze terugweg.
Via slingerende smalle wegen werden we - gelukkig - door de GPS in de goede richting gestuurd zodat ons geduld beloond werd .
De kalksteenplateaus die zich rond Minerve uitstrekken zijn bedekt met hoog en laag struikgewas en wijngaarden. De Cesse en de Brian hebben de licht naar het zuiden hellende kalksteenplateaus ingesneden en hebben de punt geïsoleerd waarop de middeleeuwse stad zich heeft gevestigd. De natuurlijke omgeving van Minerve is één van de verbazingwekkendste van het departement de Hérault en is deel van het Parc Naturel Régonal du Haut Languedoc.
Via de plek waar vroeger het kasteel van de burggraaf stond, kom je het stadje binnen. De toegang werd beveiligd door een ophaalbrug. Twee in de rots gehouwen grachten sloten het kasteel af . De bevolking ging de stad door twee poorten binnen: de hoofdpoort, in het NW., gaf toegang tot de stad door het verlaten bed van d Cesse, waarin nu de begraafplaats is gevestigd. De tweede poort (XIII°E) in het Z. is nog zichtbaar en voert naar het actieve bed van de Cesse.
Vanaf 1908 werd een brug over de Cesse gebouwd.
Zoals dikwijls moest ik weer naar het toilet, maar dat was niet zo evident. Uiteindelijk vonden we een deur met het bewuste plakkaatje. Natuurlijk een franse WC, maar zo vies en vuil, dat ik mijn verstand op “non active” moest zetten of ik had in mijn broek gedaan. En dan ne mens maar uitlachen. Ik ril er nog van als ik er aan denk.
Minerve en de omgeving was werkelijk de moeite. Moe en voldaan reden we terug
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten