donderdag 30 juli 2009




Roger aan de grensovergang van La Linea naar Gibraltar met allemaal vers fruit en groenten van de Mercado. Heerlijk.









Een stuk van de startbaan aan de voet van de rots.







De startbaan richting zee met op de achtergrond de Marina Bay haven waar we 5 jaar gelegen aangemeerd waren en steeds van het lawaai van het opstijgen en landen van de vliegtuigen konden genieten.





Roger staat op de weg die de landingsbaan kruist. Wanneer er een vliegtuig moet landen of opstijgen worden de slagbomen neergehaald en iedereen wacht geduldig. Zoiets zie je wel niet elke dag. Ik nam er ook een fototje van, maar er stonden zoveel mensen voor me dat ik het vliegtuig wel zag landen, maar op de foto was er niets te zien.






Hier wel een foto van het gelande vliegtuig, terwijl de slagbomen al geheven waren en het vliegtuig nog niet stil stond.
Dag 92: woensdag 29 juli 2009: Queensway Quay Marina: Gibraltar.

Een lichte mist vormde zich rond de rots van Gibraltar, maar dat kennen we, rond de middag is het allemaal opgeklaard. De misthoorn en de wind werden opgeborgen en de zon verwende ons.
Het zonnezeil heeft de wind van gisteren niet overleefd. Dan maar weer op zoek naar een zeilmaker, maar vandaag moet het fruit en de groenten eerst aangevuld worden. We fietsten over de grens naar het eerste stadje in Spanje richting Tartifa nl. La Línea, daar was een grote markt waar fruit en groenten rechtstreeks vanuit de tuin komen. La Línea, enkele km van Gibraltar en wat een contrast. De stijve, deftige superieur voelende, maar toch vriendelijke Engelsen tegenover de gemoedelijke taterende Spanjaarden. We genoten er van.
Gibraltar is een
overzees gebiedsdeel onder soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk. De stad ligt op een schiereiland in het uiterste zuiden van Spanje aan de Straat van Gibraltar. De Rots van Gibraltar is in de klassieke literatuur één van de Zuilen van Hercules.
In
1309 veroverden de Castilianen de rots maar in 1333 werd de plaats opnieuw Moors. In 1462 kwam in het kader van de Reconquista definitief een einde aan de Moorse aanwezigheid op Gibraltar. In 1607 overviel een Nederlandse vloot onder leiding van Jacob van Heemskerck in de Baai van Gibraltar bij verrassing een aldaar aangemeerde Spaanse vloot, die volledig vernietigd werd (Slag bij Gibraltar). Op 4 augustus 1704 veroverde een Engels-Nederlandse coalitievloot de rots en sindsdien bleef de doorvaart door de straat van Gibraltar onder Engels toezicht en de rots een Britse exclave. Als gevolg van de Spaanse successieoorlog, volgens de Vrede van Utrecht kwam Gibraltar in 1713 definitief in Engelse handen. Sinds 1830 is de rots een Britse kroonkolonie. Gibraltar geniet zelfbestuur op gebied van binnenlandse zaken en rechtspraak. Groot-Brittannië is verantwoordelijk voor het buitenland beleid. Een gouverneur vertegenwoordigt de Britse kroon.
De Spanjaarden kunnen het slecht verkroppen dat Gibraltar niet bij Spanje hoort en stellen zich enigszins vijandig op. Medio
1966 sloot Spanje voor korte tijd het grensverkeer naar en van Gibraltar en beperkte de luchtvaart daarheen. In 1969 werd de grens volledig gesloten, wat grote problemen opleverde voor het wederzijdse woon-werkverkeer. Gibraltar moest in die tijd ook voor de eigen drinkwatervoorziening zorgen. Na de dood van Franco verbeterden de betrekkingen en in 1982 werd de grens weer geopend, maar de Spanjaarden bleven vasthouden aan lastige grenscontroles, terwijl die aan de andere grenzen allang waren afgeschaft. Pas in december 2006 werd er een vliegverbinding geopend tussen Madrid en Gibraltar. Spanje blijft echter aanspraak maken op de rots.
Gibraltar heeft een eigen
vliegveld, dat gelegen is op de landengte die de rots van Spanje scheidt. De startbaan kruist de toegangsweg, en als er een vliegtuig opstart of landt, moet de kruising met spoorbomen worden afgesloten. Dat is niet zeer problematisch, omdat er slechts enkele vliegtuigen per dag van het vliegveld gebruik maken. Dit hadden we nog nooit gezien. Een evenement op zichzelf naast de rost van Gibraltar. Op de terugweg hebben we de landing voor onze neus gezien.
Het verkeer op Gibraltar rijdt rechts, wat voor landen onder de Britse kroon uitzonderlijk is maar voor ons gemakkelijk. Wat de betalingen betreft, moeten we ons wel behelpen met het Britse Pond.
Op de rots leeft een door de Britten ingevoerde apenkolonie. .Het gaat om een troep
berberapen (Macaca sylvanus), die verder ook in Noord-Afrika voorkomen. Een legende zegt dat, wanneer de apen van de rots weg zijn, het met de Engelse heerschappij aldaar afgelopen is. Mede daarom wordt de populatie streng beschermd. De kolonie bestaat uit enige honderden dieren in drie verschillende troepen. De meeste apen zijn erg mak en kunnen uit de hand eten. 5 Jaar geleden bezochten we onze soortgenoten. Wij vonden ze nogal agressief.





De ingang van de Marina Queensway Quay die 's avonds afgesloten wordt. Er is nog plaats genoeg, maar hier doen ze geen moeite om boten aan te trekken. Het is hier zeer rustig.








Hier aan de voet van de rots van Gibraltar vind je onze Antidote terwijl de Skipper de rubbers aan het vervangen is. Zoeken maar!!!








Kings Street, een zijstraat van de Main Street met zich op de haven in de verte.








De Main Street waar het alle dagen even druk is en gezellig om rond te neuzen.








Een van de typische Engelse brievenbussen in de Main Street.
Dag 91: dinsdag 28 juli 2009: Queensway Quay Marina: Gibraltar.

Sinds 5 jaar heeft Queensway Quay Marina zich uitgebreid en omringd met uitgelezen restaurants en appartementen. De werken zijn nog niet klaar. Er is in de haven nog plaats genoeg ondanks de enorme grote jachten: vooral Engelse motorjachten en kanjers van zeilboten. De Amerikanen lijken zich hier ook goed te voelen. Nu moet ik wel zeggen ze zijn hier allemaal heel vriendelijk. Rond 20u30 wordt de haven afgesloten tot 8u30 en kan er geen boot binnen of buiten. Daar zullen we rekening moeten mee houden als we vertrekken. Ook de pontons zijn afgesloten via een code. Het zal allemaal zijn reden wel hebben, maar het geeft een veilig gevoel. Als je gaat winkelen kun je de boot gerust open laten.
Roger keek de batterijen na en ze waren alle 4 aan vervanging toe. Onze Engelse buurman heeft hier zijn ligplaats en wist waar we moesten zijn.
Vandaag spookte het precies. De wind rond de rots van Gibraltar kan immense snelheden aannemen en is onvoorspelbaar volgens de habitués. De wind huilde en rukte aan de boten en de wolken slingerden zich dreigend rond de rots, maar we fietsten toch op zoek naar een batterijdealer. De onderhandelingen verliepen vlot en de kapitein ontkoppelde alles terwijl de batterijen in aantocht waren. Ik ging naar de Main Street omdat ik anders toch maar in de weg liep, vond een mooi kleedje en eindelijk mijn Crocs (10€ goedkoper). Probleem opgelost en we zijn weer vertrekkenklaar, maar ter hoogte van Tarifa spookt het voor het ogenblik, dus blijven we nog wat liggen. Hier moeten we ook rekening houden met de stroming en het getij. De misthoorn heeft zich de ganse dag en nacht laten horen.





Gibraltar in de verte met de grote schepen in aantocht of geankerd wachtend op een lading.








De rots van Gibraltar. Aan de voet van de rots meeerden we aan in de Marina Queensway Quay







Hier zie je in de verte de rots van Gibraltar en de spelende dolfijnen.






Hier nog een laatste beeld van het mooie Rifgebergte van Afrika wel wat in de mist.




Fantastisch als deze vriendelijk dolfijnen je komen groeten en zo'n kwartiertje rond de boeg van de boot zwemmen en spelen. Steeds in groep en nu waren het er zeker een 60 tal. Je weet niet waar je eerst moet kijken. Maar ik heb ze nog altijd niet kunnen raken.





































Dag 90: maandag 27 juli 2009: van Ceuta, Marina Hercules naar Gibraltar Queensway Quay Marina.
Om 9 uur startte ik de motor, maar hij gaf geen gehoord. Wat nu?
Nadat de kapitein alles nakeek en het ook eens probeerde lukte het ook niet. Zou het aan een van de batterijen liggen? De Skipper schakelde een batterij uit, en we konden starten. Dat zal een klus worden voor Gibraltar.
Het was mistig en koud en de misthoorn loeide uit alle kracht bij het verlaten van de haven. Stilaan trok de mist op rondom ons, maar Afrika en Gibraltar bleven in de mist. Met bijstand van de radar vaarden we richting Gibraltar. Er was een sterke stroming en de koers moest regelmatig bijgezet worden. De plotter slaat dan alarm. Braaf baasje.
Rond 10 uur waren we ter hoogte van de Traffic Line die we weer dwars moeten oversteken want de beroepsvaart heeft voorrang. De mist was volledig weggetrokken, zodat we de radar niet meer nodig hadden.
Om 10u30 kregen we gezelschap van een enorme hoeveelheid snel spelende dolfijnen, die vooral rond de boeg van de boot hun kunsten lieten zien. We kijken er steeds naar uit en ik zette me vooraan op de boot, probeerde met mijn voeten de dolfijnen te raken, maar door hun snelheid en kunstige toeren werden mijn benen slechts nat. Ze zijn veel te snel. Het is een echt spektakel en we genieten er met volle teugen van. Een kwartiertje later waren ze weg.
Gibraltar kwam meer en meer in zicht waar altijd verschillende grote schepen voor anker liggen in afwachting van een lading of het lossen van een lading.
5 Jaar geleden waren we eveneens hier en meerden aan in de Marina Bay, met de landingsbaan van de vliegtuigen in de achtertuin. Nu kozen we voor de eerste haven iets verder van de stad, maar rustiger na 15 mijl om 12 uur. Thomas Siffer, Els en Luna ( reis rond de wereld in 3 jaar ) waren toen ook hier op weg naar huis.



Tussen Tanger en Ceuta reden we in het Rifgebergte. Zeer mooi.






Idem


Iets buiten Tanger op weg naar Ceuta een bekend en geliefd strand aan de Atlantische oceaan voor de Marokkanen.





In de verte de nieuwe haven Tan-Med, die de oude moet vervangen. Het zou de grootste en belangrijkste haven van Marokko worden.





Hier nog even een gedeelte van de nieuwe haven Tan-Med, die reeds in gebruik is maar nog steeds uitgebreid wordt.



Tussen Tetouan en Tanger




De haven van Tanger, waar wij niet konden aanleggen, ordeloos vol en te weinig diepgang.



Een van de marktpleinen in Tanger versierd met vlaggen. Ook in de straten of op een rond punt, altijd de Marokkaanse vlag.




Een straat in Tanger richting Medina.





Het vervoer kan ook op andere manieren. Het is er enorm druk in Tanger.






Deze ezel wacht geduldig op zijn lading en zijn baas in de Medina.












Ook dit is een gedeelte van de nieuwe stad Tetouan met overal grote vlaggen.











Of we nu wilden of niet, we werden voor we het goed en wel wisten aangekleed voor een foto. Ik gaf het jongetje met de blokfluit een "tip", maar de dame die me aangekleed had reclameerde want we moesten haar ervoor betalen, dus weer een "tip".







Een van de mooie winkeltjes in de Medina van Tetouan.
Als je een foto wilde nemen moest je dat eerst vragen en dan weer een "tip"





Hier in dit typische restaurant hebben we couscous gegeten, terwijl we door muziek en dans verwend werden, maar vergeet de "tip" niet, kwamen ze zeggen.






In de Medina van Tetouan is het altijd even druk.











Voor de hoofdingang van de Medina van Tetouan.








Een gedeelte van de stad Tetouan bij aankomst.









Op weg naar Tetouan.






Dag 89: zondag 26 juli 2009: Marina Hercules: Ceuta, een exclave van Spanje in Afrika.
Tétouan (Tamazight: Tittawen wat de ogen betekent, verbasterde naam "Titwan" 30km van Ceuta) is de hoofdstad van de gelijknamige prefectuur Tétouan in het noorden van Marokko en het culturele centrum van de regio Tanger-Tétouan. Tétouan heeft 320.539 inwoners (2004]).
De stad ligt ongeveer 40 kilometer ten oosten van de stad
Tanger (Arabisch: Tandja, vaak gespeld als Tanga ) en ook niet ver van Ceuta (70km) en de Straat van Gibraltar. Zij bevindt zich in het uiterste noorden van het Rifgebergte. In het zuiden en westen van de stad zijn bergen.
Om 11 uur zouden we opgehaald worden, maar het werd 11u15, dan eerst nog naar de terminal om de papieren in orde te brengen en wachten op de Ferry waar nog andere vakantiegangers aan de dagtrip deelnamen. Om 11u45 vertrokken we met de kleine bus van de Frandria met 17 personen: Zweden, Pakistanezen, Jappen, Portugezen, Spanjaarden en wij 2. Om 11u55 waren we aan de grens en werd ons uitdrukkelijk gezegd dat het verboden is foto’s te nemen. Onze gids: Ahmed ging met de passagierslijst en onze pasporten de overgang regelen. Een Marokkaanse dokter of verpleger, wie zal het zeggen, in witte jas kwam de autobus binnen, en nam van ieder van ons onze temperatuur, met een infrarood apparaat op ons voorhoofd gericht. Wat een klucht en owee als je lachte. Enfin, we werden goed gekeurd en mochten verder.
Het was enorm druk, maar het was zondag. De Marokkaanse migranten gaan naar het strand in hun land, want Marokko heeft de mooiste witte stranden! Politie, douanen, mensen die heen en weer lopen, aanschuiven, aan de kant gezet worden, weer ander mensen die dan alles voor je regelen om – even wat in de zak – over de grens te geraken. Het lijkt wel de grens van Costa Rica naar Panama. Uiteindelijk mochten we door, maar je staat daar naast mekaar in rijen van 6 en dat moet dan allemaal via één rijvak naar Marokko. Je kunt denken dat dat even dringen en wringen is. Wie de grootste en de dikste is heeft het meeste macht. Zo gaat het immers altijd. Onze pasporten krijgen we pas terug als we terug in Ceuta zijn. Achter de grenspost staan wel 50 taxi’s (oude Mercedessen) te wachten, die je overal naartoe brengen. Zij vervoeren 6 personen als je wilt.
Plots hadden we 3 gidsen aan boord, vanwaar die kwamen, ik zou het niet kunnen zeggen. Een om de groep de weg te wijzen, dat was onze oorspronkelijke gids, een in het midden van de groep en een om de niet volgens aan te sporen wat aan te sluiten. Ik voelde me juist op schooluitstap.
Volgens de gids kun je in Marokko alles kopen, maar het is namaak en hij zal wel meedingen voor een goede prijs.
Via de betaalautostrade kwamen we in Tetouan aan, waar onze eerste gids een lang kleed aantrok en we aan de Medina (oude stad:14°eeuw) werden afgezet. De medina van Tétouan staat op de
Werelderfgoedlijst van de UNESCO. De binnenstad is zeer karakteristiek en traditioneel. Men vindt hier bijvoorbeeld veel oude witte huizen, enkel laagbouw. Overal in de stad ziet men mensen die oude ambachten beoefenen, zoals wevers, juweliers en leerbewerkers. Toeristen probeert men hier ook vaak tapijten te verkopen en de gids loodste ons dus ook daarbinnen. We werden meegenomen naar het dak, voor het uitzicht. Dan werden we verdeeld in aparte kamertjes…, waar de tapijten met de nodige uitleg uitgestald werden, tijdens het drinken van een glas muntthee, maar aangezien we niets kochten, werd de thee terug weggenomen. Dan werden we naar de souvenirafdeling geloodst want terugkeren naar je land zonder souvenir dat kan toch niet. Verder lopen er veel helpende kinderen en dieren rond in de medina. In sommige delen van de Medina is alles goed gestructureerd, terwijl op andere plaatsen het dan weer erg armoedig en vuil is.
Het middagmaal gebruikten we in een typisch Marokkaans restaurant in een antiek Arabisch Paleis met speciaal folkloristisch vermaak: menu: soep, couscous, thee en koekje. Voor we vertrokken werd ons aangemaand de “tips” niet te vergeten: de bediening, de muziekanten, en bij het verlaten van het restaurant werden we nog overvallen door muziek en dans eveneens voor een “tip”. Een van onze gidsen verdween na een “tip”
Om 16 uur zaten we terug in de bus richting Tánger, een 40 km verder door het dorre en armoedige binnenland via de autostrade. Om 17 uur werden we weer door de Medina geloodst met een nieuwe uit het niets opduikende gids voor een “tip”. Verschillende sjacheraars, met juwelen, horloges, poefen, schotels enz., schaarden zich rondom ons. We werden weer een souvenirs-zaak binnengeloodst, waar mijn versleten rugzak volgens de eigenaar aan vernieuwing toe was. Wie zal daar over beslissen denk je? Nu doe ik hem zeker niet weg. Ik zei dat ik in M’Diq al ene gekocht had, maar hij antwoordde me “ dat is ander geld”. Ik had het moeilijk met deze stad, alleen al maar denkende, je bent in Tánger en ik dacht voortdurend aan de Vlaamse film: De hel van Tanger.
De nieuwe en de oude stad werd ons getoond, maar de gevangenis niet. Tánger is waarschijnlijk in de 5e eeuw v.Chr. door Phoeniciërs gesticht onder de naam Tingis. De geografische ligging van Tanger aan de Golf van Gibraltar maakte de stad in de 19de en begin 20ste eeuw de ideale porte d'entrée voor de groeiende diplomatieke en handelsbelangen van de Europese koloniale mogendheden Frankrijk, Spanje, Groot-Brittannië en Duitsland. Vanaf de jaren 40 tot in 1956, toen Tanger een Internationale Zone was, diende de stad als decor voor excentrieke miljonairs, geheime agenten en diverse soorten boeven, en was het een mekka voor speculanten en gokkers, het eldorado voor fun-najagende vamps. Tanger had de reputatie van vrijhaven voor internationale spionageactiviteiten. Gedurende de 19de en de 20ste eeuw, en dan vooral in het begin van de Koude Oorlog, was de stad daarvoor bekend. Tanger kon een broeinest worden voor spionage en smokkel -en op deze wijze buitenlands kapitaal aantrekken- door haar neutraliteit en vrijhandel. Ook recent werd de stad gelinkt aan een internationale onderzoeksfirma, Tangiers International genaamd, die zichzelf de grootste privé-recherche-instelling ter wereld noemt.
Via de Atlantische kant van Afrika keerden we terug naar Ceuta, waar rijkdom, armoe en droogte elkaar afwisselden in het mooie Rifgebergte. In
2002 verklaarde koning Mohammed VI van Marokko dat hij de noordelijke regio van Tánger-Tétouan wou moderniseren en hier het economische zwaartepunt van Marokko leggen. Tangers economie is zeer afhankelijk van toerisme. Hotels en resorts nemen toe met projecten gesubsidieerd door buitenlandse investeringen. Vastgoedmakelaars en bouw- en renovatiebedrijven hebben veel geïnvesteerd in toeristische infrastructuur. De komende jaren zullen belangrijk zijn voor de stad, gezien de grote bouwprojecten bijna klaar zijn. Deze bevatten de nieuwe haven Tan-Med (foto), die de grootste van Afrika zal zijn en de taken van de vorige verouderde haven in Tánger stad zal overnemen, die zal omgebouwd worden tot aanlegsteiger voor privé boten. Misschien vinden we daar dan binnen enkele jaren toch een plaats om aan te meren. De nieuwe haven Tan-Med ligt tussen Tánger en Ceuta waar industriële zones, een stadion met 45000 plaatsen, een uitgebreid zakengebied en een gerenoveerde toeristische infrastructuur verder wordt uitgebreid. We vertrokken vanmorgen bewolkt en bij onze terugrit schaarden de wolken zich weer rond de bergen. Aan de grens was het rustig. De chauffeur en Ahmed gingen alles regelen. OK, maar plots werd er een hand omhoog gestoken en moesten we stoppen. Wat geroepen en gepraat, een andere douane met een streep meer kwam buiten en we mochten verder. Aan de Spaanse grens, werd er alleen gevraagd de koffer te openen. Rond 19u30 werd onze trip afgerond en stevenden we naar de boot….

woensdag 29 juli 2009

Dag 88: zaterdag 25 juli 2009: Marina Hercules: Ceuta, een exclave van Spanje in Afrika.
De invloed van Marokko is op dit kleine stukje Spanje in Afrika duidelijk te merken. Op straat in de stad loopt een mengelmoes van vele soorten mensen. Meest opvallend zijn de moslim vrouwen vanwege hun gewaden, zeer divers van soort. De wat oudere vrouwen lopen in volkomen zwart of volkomen wit, terwijl de jongere generatie de meest uiteenlopende kleuren draagt met vaak fraaie patronen.
Na gewoon wat rondsnuffelen in de stad en ons oriënterend op de massa gingen we op zoek naar een informatie kantoor. We richtten ons op de peil “información de turismo” maar we vonden het niet. Dan de weg maar gevraagd aan een Spanjaard. Hij liep met ons een heel andere richting uit, gidste ons via de belangrijkste gebouwen tot aan het kantoor. We hadden reeds ondervonden dat de Spanjaarden van Ceute zeer vriendelijk en hoffelijk zijn. Ze moeten maar denken dat je de straat oversteekt of ze stoppen al zodat je om niet uit de toon te vallen even hoffelijk oversteekt, zebrapad of niet. Nochtans moet je dat aan de Middellandse Zeekust van Spanje niet proberen. Ze zetten nog een tandje bij zebrapad of niet.
Ceuta is voorzien van heel wat sculpturen en momenteel frist Elena Laverón: kunstenares van de stad, de straten van Ceuta op met 8 sculpturen in brons.
Mozaïek, marmer en graniet sieren de straten en de straatnamen zijn verwerkt in mozaïektaferelen. Veel van de gebouwen hebben Moorse invloeden in hun bouwstijl. Dan zie je weer een rood, geel, blauw, wit gebouw”edificio de colores”, een versterkte vesting en langs de wandelboulevard Marina Española parallel met het park Maritiem ontdekten we Baños Árabes: al Bakri vermoedelijk uit de 11°eeuw.(foto)
Voor morgen hebben we een dagexcursie geboekt naar Tetuan en Tánger: terug naar Marokko. We hadden dit graag gedaan vanuit Smir, maar Smir is een vakantiepark met haven waar geen excursies aangeboden worden.






Een van de vele mooie yuca's in Ceuta.






Dit is ook een appartement met op het gelijkvloers, edificio de Colores



En dan plots zie je weer een andere mooie gevel. Het kan allemaal.





's Avonds vanop de Antidote genoten we van de sfeer rondom de haven.




Arabisch badhuis uit de 11°eeuw teruggevonden bij het sloten van een gebouw in Ceuta.









Vanuit Ceuta zicht op Smir in de verte.









Een voorbeeld van de mooie straatnamen in Ceuta.










Een van de vele mooie standbeelden in Ceuta van een Marinero










Een stukje van de versterkte omwalling van Ceuta.





Dag 87: vrijdag 24 juli 2009: Marina Hercules: Ceuta, een exclave van Spanje in Afrika.
Ceuta (Arabisch: Sebta) is een exclave en een van de twee autonome steden van Spanje.
Ceuta ligt aan de Noord-Afrikaanse zijde van de
Straat van Gibraltar, aan de Middellandse Zee. Voorheen viel de stad onder het bestuur van de Spaanse provincie Cádiz, sinds 1995 is het een Ciudad Autónoma ofwel autonome stad. Marokko beschouwt Ceuta, de oostelijker gelegen vestingstad Melilla en zeven onbewoonde eilandjes voor de Noord-Afrikaanse kust - samen de zogeheten Plazas de soberanía - als bezet Marokkaans grondgebied.
Ceuta is een
vrijhaven. Als Spaans grondgebied is het wel lid van de Europese Unie, maar uitgezonderd van de Europese belastingwetgeving. Daardoor is Ceuta in trek bij Spanjaarden, vooral Andalusiërs, als bestemming voor een dagtrip. Jaarlijks komen naar schatting 1 miljoen toeristen naar Ceuta om belastingvrij te winkelen. De belangrijkste winkelstraat van Ceuta is een lange aaneenschakeling van winkels voor parfums, sigaretten, alcohol en vooral elektronica. Voor de Marokkanen zijn de grootwarenhuizen zeer in trek. Met overladen auto’s en camionetten reizen ze terug de grens over.
De meerderheid van de bevolking is van Spaanse afkomst, maar er woont ook een grote minderheid van Marokkaanse afkomst en er zijn kleine minderheden van
joden en hindoes. De slogan van de lokale VVV is dan ook Ceuta: Cuatro mundos por descubrir ('Vier werelden om te ontdekken').
Vanuit
Algeciras vaart ongeveer ieder uur een fast-ferry in 40 minuten over de Straat van Gibraltar naar Ceuta. Vanuit Málaga is er vijfmaal daags een lijndienst per helikopter. We zien ze regelmatig.
Ceuta bleef bij Spanje toen
Spaans Marokko in 1956 deel werd van het onafhankelijke Marokko
Vandaag de dag is Ceuta vooral bekend om het hek dat om de exclave heen staat om illegale immigratie te voorkomen. Dit hek is een symbool van "
Fort Europa" geworden.



Zara in Ceuta waar ik deze foto nam en met de bewaker mee moest omdat hier geen foto's genomen mochten worden!!! Ik weet van niets.






Het gemeentehuis van Ceuta: Ayuntamiento



Op weg naar Ceuta wanneer de wind zich een beetje redelijk gedroeg.




Nog een laatste foto van het strand in het vakantiedorp Smir.

Dag 86: donderdag 23 juli 2009: van Smir: Marokko naar Ceuta, een exclave van Spanje in Afrika.
Sleutels teruggebracht, betaald (veel te veel, maar nergens hangen er prijzen???), niet vriendelijk, uitgeklaard bij de politie, wel vriendelijk, vaarden we de haven uit, doch dat was in 3 pogingen. Voor de ingang van de haven was een zandbank en we vaarden ons steeds vast. In de Bloc Marina was hier geen sprake van. Deze haven werd aangeprezen, zelfs met wifi aan boord, maar daar was geen sprake van. De haven op zichzelf was mooi slordig en qua organisatie kunnen ze nog veel bijleren. Heb je de Marokkaans mentaliteit, geen enkel probleem. We passen ons graag aan, maar worden niet graag opgelicht en dat gevoel had ik.
Vannacht wakkerde de wind aan tot 7 à 8 bf. Alles wat maar half vastgebonden was verdween, dus rond 2 uur werden we actief. De fietsjes op het ponton gingen erbij liggen. Een juiste beslissing. De kapitein zijn badsloffen vlogen overboord en werden terug opgevist. Er werden extra touwen en stootkussen tussen de boot en het ponton bevestigd en alles werd nog eens extra nagekeken. Een uur hebben we gewerkt om alles in veiligheid te brengen. De wind huilde en de binnenkomende deining rukte aan de Antidote. Enkele uren nadien, was het weer rustig en besloten we dan toch maar uit te varen richting Ceuta.
Eens buiten de haven nam de wind terug toe tot 20 knopen W-ZW.: dus geen probleem. Het grootzeil werd gereefd en de genua half bijgezet, we liepen 8 tot 9 knopen, met een helling van 40°. We sneden door het water. De Skipper nam zelf het roer, want de wind was niet stabiel genoeg voor de automatische piloot. Na 7 mijl, ter hoogte van de rots van Ceuta verminderde de wind en draaide van ZW naar NO. Voor ons niet erg, want we moesten toch de baai van Ceuta in en dan was NO juist goed voor ons. Nog geen 2 minuten laten draaide de wind weer, viel weg, draaide weer enz. Even de zeilers voor de gek houden hé, maar aan de straat van Gibraltar moet je steeds op je hoede zijn daar kookt de zee. Plots hadden we 30 knopen wind op kop en zeilden we met de motor aan 2,50 knopen snelheid. Zonder motor vlogen we terug naar Smir en dat was niet de bedoeling. En dan kwam de haven in zicht en zeilden erop af, de wind NO, met zo’n sterke deining dat we de aangegeven koers niet konden volgen of we werden op de rotsen gesmeten. Van salonzeilen was er vandaag geen sprake, maar ja onze zeildoop zullen we nu wel gehad hebben.
Op het havenhoofd van Marina Hercules staat een imposante sculptuur van Hercules met zijn 2 zuilen. 5 Jaar geleden mochten we deze haven niet binnen en maakten ze van die “I kill you “opmerkingen als we niet terug vertrokken, maar nu hadden we een echt welkomstgevoel.