
Zo worden vakantiewoningen tegen de bergen geplakt. Niets voor mij.

Het ilegale hotel dat om de een of andere reden stilgelegd is.

Hier kun je naruurlijk ook voor kiezen. Het zicht op zee moet adembenemend zijn.

En hier één van onze eerste groep dolfijnen. Niet gemakkelijk te fotograferen, want ik wil er altijd zelf naar kijken.
Dag 73: vrijdag 10 juli 2009: van Garrucha naar (Almeria) Aquadulce: Andalusië: Spanje
Om 8 uur na het inleveren van de sleutels, zouden we vertrekken. Ik zag plots de marinero aan het kantoor om 7u30 en ging vlug de sleutels inleveren. Maar dat was niet naar de zin van de marinero. Het was nog geen 8 uur en hij moest nog niet werken. Uiteindelijk heeft hij mij de borg morrend terug gegeven en konden we om 7u45 de trossen losgooien.
De wind zat ZW of liever er was weinig of geen wind, maar wat kun je blijven doen in een haven waar niets te beleven is en we mochten toch niet langer wachten. Het zal een dagje motoren worden.
De eerste dorpjes die we in de verte zagen waren Majácar en Carboneras. Ze lijken wel tegen de bergen aangeplakt. Mojácar Playa ligt op drie kilometer van het dorp. Voor de zonaanbidders strekt zich het strand uit. Het strand wordt in de richting van Garrucha breed en kilometers lang en in de richting van Carboneras wat meer rotsachtig met zandbaaitjes voor diegenen die wat meer privacy wensen.
Verder zien we in de verte kleine stranden, schitterende bergpartijen met restanten van zilvermijnen, welke uit de 19°eeuw veel rijkdom brachten.
Ongeveer ter hoogte van Pla de la Media Naraja zagen we een enorm groot hotel met zicht op zee in aanbouw, maar deze werken waren stil gelegd en het hotel droeg het opschrift “HOTEL ILEGAL”. (foto)
Iets verder zagen we wilde donkere rotspartijen waar geen enkele plantengroei en dan plots een spierwitte wilde rotspartij. Het Spaanse landschap blijft je verrassen (foto).
Verschillende pogingen werden ondernomen om te zeilen, maar de wind speelde niet mee.
Rond 12 uur werd er een goudmakreel gevangen en wisten we onmiddellijk wat ons avondmaal zou worden.
In de golf van Almeria konden we eindelijk halve wind zeilen en doken de eerste dolfijnen op. Grote dolfijnen die zich met hun gekende gratie uit het water smeten en met veel gespat terug onder doken.
Almeria kwam in zicht en daar wilden we enkele dagen blijven. Het uitwisselingsprogramma Erasmus bracht Anna, de dochter van mijn broer een jaartje naar Almeria . Ze was er zo enthousiast over dat het ons aantrok en we er enkele dagen wensten te blijven, maar dat was ons niet gegund. “Geen plaats” riep de marinero. Ik drong nog wat aan en vroeg voor 1 nacht, maar we kregen geen ligplaats. Het gebied Cabo en Sierra de Gata iets voor Almeria kent hoge temperaturen (een jaarlijks gemiddelde van 18ºC) en de laagste regenval van het Iberisch schiereiland (200mm gemiddeld per jaar) en creëert daarbij een groot, semiwoestijnachtig gebied met zijn karakteristieke vegetatie en nietig doen lijkende, waaiervormige palmen. Het is ons voor dit jaar niet gegund, misschien volgend jaar. Dan maar verder en een volgende haven zoeken. De skipper zette de koers uit naar Aquadulce en rond 18 uur legden we aan na 57 mijl aan de bezoekerskade, om rond 19 uur eindelijk een plaats toegewezen te krijgen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten