Dag 89: zondag 26 juli 2009: Marina Hercules: Ceuta, een exclave van Spanje in Afrika.
Tétouan (Tamazight: Tittawen wat de ogen betekent, verbasterde naam "Titwan" 30km van Ceuta) is de hoofdstad van de gelijknamige prefectuur Tétouan in het noorden van Marokko en het culturele centrum van de regio Tanger-Tétouan. Tétouan heeft 320.539 inwoners (2004]).
De stad ligt ongeveer 40 kilometer ten oosten van de stad Tanger (Arabisch: Tandja, vaak gespeld als Tanga ) en ook niet ver van Ceuta (70km) en de Straat van Gibraltar. Zij bevindt zich in het uiterste noorden van het Rifgebergte. In het zuiden en westen van de stad zijn bergen.
Om 11 uur zouden we opgehaald worden, maar het werd 11u15, dan eerst nog naar de terminal om de papieren in orde te brengen en wachten op de Ferry waar nog andere vakantiegangers aan de dagtrip deelnamen. Om 11u45 vertrokken we met de kleine bus van de Frandria met 17 personen: Zweden, Pakistanezen, Jappen, Portugezen, Spanjaarden en wij 2. Om 11u55 waren we aan de grens en werd ons uitdrukkelijk gezegd dat het verboden is foto’s te nemen. Onze gids: Ahmed ging met de passagierslijst en onze pasporten de overgang regelen. Een Marokkaanse dokter of verpleger, wie zal het zeggen, in witte jas kwam de autobus binnen, en nam van ieder van ons onze temperatuur, met een infrarood apparaat op ons voorhoofd gericht. Wat een klucht en owee als je lachte. Enfin, we werden goed gekeurd en mochten verder.
Het was enorm druk, maar het was zondag. De Marokkaanse migranten gaan naar het strand in hun land, want Marokko heeft de mooiste witte stranden! Politie, douanen, mensen die heen en weer lopen, aanschuiven, aan de kant gezet worden, weer ander mensen die dan alles voor je regelen om – even wat in de zak – over de grens te geraken. Het lijkt wel de grens van Costa Rica naar Panama. Uiteindelijk mochten we door, maar je staat daar naast mekaar in rijen van 6 en dat moet dan allemaal via één rijvak naar Marokko. Je kunt denken dat dat even dringen en wringen is. Wie de grootste en de dikste is heeft het meeste macht. Zo gaat het immers altijd. Onze pasporten krijgen we pas terug als we terug in Ceuta zijn. Achter de grenspost staan wel 50 taxi’s (oude Mercedessen) te wachten, die je overal naartoe brengen. Zij vervoeren 6 personen als je wilt.
Plots hadden we 3 gidsen aan boord, vanwaar die kwamen, ik zou het niet kunnen zeggen. Een om de groep de weg te wijzen, dat was onze oorspronkelijke gids, een in het midden van de groep en een om de niet volgens aan te sporen wat aan te sluiten. Ik voelde me juist op schooluitstap.
Volgens de gids kun je in Marokko alles kopen, maar het is namaak en hij zal wel meedingen voor een goede prijs.
Via de betaalautostrade kwamen we in Tetouan aan, waar onze eerste gids een lang kleed aantrok en we aan de Medina (oude stad:14°eeuw) werden afgezet. De medina van Tétouan staat op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO. De binnenstad is zeer karakteristiek en traditioneel. Men vindt hier bijvoorbeeld veel oude witte huizen, enkel laagbouw. Overal in de stad ziet men mensen die oude ambachten beoefenen, zoals wevers, juweliers en leerbewerkers. Toeristen probeert men hier ook vaak tapijten te verkopen en de gids loodste ons dus ook daarbinnen. We werden meegenomen naar het dak, voor het uitzicht. Dan werden we verdeeld in aparte kamertjes…, waar de tapijten met de nodige uitleg uitgestald werden, tijdens het drinken van een glas muntthee, maar aangezien we niets kochten, werd de thee terug weggenomen. Dan werden we naar de souvenirafdeling geloodst want terugkeren naar je land zonder souvenir dat kan toch niet. Verder lopen er veel helpende kinderen en dieren rond in de medina. In sommige delen van de Medina is alles goed gestructureerd, terwijl op andere plaatsen het dan weer erg armoedig en vuil is.
Het middagmaal gebruikten we in een typisch Marokkaans restaurant in een antiek Arabisch Paleis met speciaal folkloristisch vermaak: menu: soep, couscous, thee en koekje. Voor we vertrokken werd ons aangemaand de “tips” niet te vergeten: de bediening, de muziekanten, en bij het verlaten van het restaurant werden we nog overvallen door muziek en dans eveneens voor een “tip”. Een van onze gidsen verdween na een “tip”
Om 16 uur zaten we terug in de bus richting Tánger, een 40 km verder door het dorre en armoedige binnenland via de autostrade. Om 17 uur werden we weer door de Medina geloodst met een nieuwe uit het niets opduikende gids voor een “tip”. Verschillende sjacheraars, met juwelen, horloges, poefen, schotels enz., schaarden zich rondom ons. We werden weer een souvenirs-zaak binnengeloodst, waar mijn versleten rugzak volgens de eigenaar aan vernieuwing toe was. Wie zal daar over beslissen denk je? Nu doe ik hem zeker niet weg. Ik zei dat ik in M’Diq al ene gekocht had, maar hij antwoordde me “ dat is ander geld”. Ik had het moeilijk met deze stad, alleen al maar denkende, je bent in Tánger en ik dacht voortdurend aan de Vlaamse film: De hel van Tanger. De nieuwe en de oude stad werd ons getoond, maar de gevangenis niet. Tánger is waarschijnlijk in de 5e eeuw v.Chr. door Phoeniciërs gesticht onder de naam Tingis. De geografische ligging van Tanger aan de Golf van Gibraltar maakte de stad in de 19de en begin 20ste eeuw de ideale porte d'entrée voor de groeiende diplomatieke en handelsbelangen van de Europese koloniale mogendheden Frankrijk, Spanje, Groot-Brittannië en Duitsland. Vanaf de jaren 40 tot in 1956, toen Tanger een Internationale Zone was, diende de stad als decor voor excentrieke miljonairs, geheime agenten en diverse soorten boeven, en was het een mekka voor speculanten en gokkers, het eldorado voor fun-najagende vamps. Tanger had de reputatie van vrijhaven voor internationale spionageactiviteiten. Gedurende de 19de en de 20ste eeuw, en dan vooral in het begin van de Koude Oorlog, was de stad daarvoor bekend. Tanger kon een broeinest worden voor spionage en smokkel -en op deze wijze buitenlands kapitaal aantrekken- door haar neutraliteit en vrijhandel. Ook recent werd de stad gelinkt aan een internationale onderzoeksfirma, Tangiers International genaamd, die zichzelf de grootste privé-recherche-instelling ter wereld noemt.
Via de Atlantische kant van Afrika keerden we terug naar Ceuta, waar rijkdom, armoe en droogte elkaar afwisselden in het mooie Rifgebergte. In 2002 verklaarde koning Mohammed VI van Marokko dat hij de noordelijke regio van Tánger-Tétouan wou moderniseren en hier het economische zwaartepunt van Marokko leggen. Tangers economie is zeer afhankelijk van toerisme. Hotels en resorts nemen toe met projecten gesubsidieerd door buitenlandse investeringen. Vastgoedmakelaars en bouw- en renovatiebedrijven hebben veel geïnvesteerd in toeristische infrastructuur. De komende jaren zullen belangrijk zijn voor de stad, gezien de grote bouwprojecten bijna klaar zijn. Deze bevatten de nieuwe haven Tan-Med (foto), die de grootste van Afrika zal zijn en de taken van de vorige verouderde haven in Tánger stad zal overnemen, die zal omgebouwd worden tot aanlegsteiger voor privé boten. Misschien vinden we daar dan binnen enkele jaren toch een plaats om aan te meren. De nieuwe haven Tan-Med ligt tussen Tánger en Ceuta waar industriële zones, een stadion met 45000 plaatsen, een uitgebreid zakengebied en een gerenoveerde toeristische infrastructuur verder wordt uitgebreid. We vertrokken vanmorgen bewolkt en bij onze terugrit schaarden de wolken zich weer rond de bergen. Aan de grens was het rustig. De chauffeur en Ahmed gingen alles regelen. OK, maar plots werd er een hand omhoog gestoken en moesten we stoppen. Wat geroepen en gepraat, een andere douane met een streep meer kwam buiten en we mochten verder. Aan de Spaanse grens, werd er alleen gevraagd de koffer te openen. Rond 19u30 werd onze trip afgerond en stevenden we naar de boot….
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten