
"El peñon de Ifach": mijlen ver te zien vanuit zee. Een prachtexemplaar.
De steile grillige Capo de la Nao vanop afstand, waar de wind plots op kop draaide en van zeilen niets meer in huis kwam.
De haven van Moraira in zicht, waar we geen plaats vonden en verder moesten.

Capo de San Antonio in zicht, waar de meeuwen zich veilig voelen.
Dag 59: vrijdag 26 juni 2009: van Denia naar Calpe: Costa Blanca: Spanje.
De wind zat goed en we vertrokken om 9 uur en de zeilen werden onmiddellijk gehesen Zeilen voor de wind met een gemiddelde snelheid van 6 knopen, geen geschommel, geen gebonk, een weertje om een ganse dag op zee te willen blijven, maar we hadden slechts 25 mijl te doen.
We moesten 3 kapen ronden en de eerste: Capo de San Antonio deed het zeer goed. De snelheid liep wat op tot 7 à 7,5 knopen: wauw…heerlijk.
Achter de Capo de la Nao, de meest oostelijkste kaap van de drie met zijn grillige rotsen bijna vertikaal in zee, draaide de wind plots op kop ZW tot 20 knopen. Zo onvoorspelbaar kan de zee zijn. De motor werd bijgezet, de genua opgerold, want die flapperde zich anders stuk en het rustige zeilen veranderde in een bonkende en duikende tocht in de golven.
Achter Capo de Moraira nam de wind nog toe. De zee klotste tegen de hoge rotsen en de golven gooiden ons terug zee inwaarts. Maar de haven van Moraira was in zicht en dan lagen we veilig… dachten we. De kapitein riep de haven op voor een ligplaats: kort en bondig “geen plaats”. De haven was afgehuurd voor het weekend voor viswedstrijden. En wat doe je dan? Eens vloeken en verder varen natuurlijk, doch nog steeds met wind op kop, het was geen lachertje. De haven van Calpe ligt slechts 6 mijl verder, maar een dik uur bonken en stoten, wie houdt daar van? . Rond 14 uur achter de mooie rots “El peñon de Ifach “ die vanuit zee mijlen ver te zien is(foto) meerden we aan. De Marinero die ons aanpakte kende Nederlands:
3 woorden zei hij: “potverdom, dikke nek en vettige kol”. Ik denk dat hij dat van een Brusselaar geleerd heeft.
De 332 meter hoge rots "El peñon de Ifach", maakt deel uit van een klein vogelreservaat, waar het vol meeuwen zit.
Met een wandeling langs de boulevard sloten we onze avond af en hoopten dat de meeuwen ook gingen slapen.
De wind zat goed en we vertrokken om 9 uur en de zeilen werden onmiddellijk gehesen Zeilen voor de wind met een gemiddelde snelheid van 6 knopen, geen geschommel, geen gebonk, een weertje om een ganse dag op zee te willen blijven, maar we hadden slechts 25 mijl te doen.
We moesten 3 kapen ronden en de eerste: Capo de San Antonio deed het zeer goed. De snelheid liep wat op tot 7 à 7,5 knopen: wauw…heerlijk.
Achter de Capo de la Nao, de meest oostelijkste kaap van de drie met zijn grillige rotsen bijna vertikaal in zee, draaide de wind plots op kop ZW tot 20 knopen. Zo onvoorspelbaar kan de zee zijn. De motor werd bijgezet, de genua opgerold, want die flapperde zich anders stuk en het rustige zeilen veranderde in een bonkende en duikende tocht in de golven.
Achter Capo de Moraira nam de wind nog toe. De zee klotste tegen de hoge rotsen en de golven gooiden ons terug zee inwaarts. Maar de haven van Moraira was in zicht en dan lagen we veilig… dachten we. De kapitein riep de haven op voor een ligplaats: kort en bondig “geen plaats”. De haven was afgehuurd voor het weekend voor viswedstrijden. En wat doe je dan? Eens vloeken en verder varen natuurlijk, doch nog steeds met wind op kop, het was geen lachertje. De haven van Calpe ligt slechts 6 mijl verder, maar een dik uur bonken en stoten, wie houdt daar van? . Rond 14 uur achter de mooie rots “El peñon de Ifach “ die vanuit zee mijlen ver te zien is(foto) meerden we aan. De Marinero die ons aanpakte kende Nederlands:
3 woorden zei hij: “potverdom, dikke nek en vettige kol”. Ik denk dat hij dat van een Brusselaar geleerd heeft.
De 332 meter hoge rots "El peñon de Ifach", maakt deel uit van een klein vogelreservaat, waar het vol meeuwen zit.
Met een wandeling langs de boulevard sloten we onze avond af en hoopten dat de meeuwen ook gingen slapen.




Geen opmerkingen:
Een reactie posten