
De haven van Tarifa in de verte
De windmolens tegen en in de bergen iets achter Tarifa, waar altijd zeer veel wind is.

En hier iets verder de windmolen onmiddellijk achter het strand. Er staan er wel honderden, ook verder in de bergen, maar mogelijk niet te zien op foto.

De Rots van Gibraltar in de verte enkele mijlen na Algeciras op weg naar Barbate.
Dag 95: zaterdag 1 augustus 2009: van Algeciras naar Barbate: Andalusië: Spanje.
‘s Morgens ging ik nog vlug met de fiets boodschappen doen, want morgen is het zondag en aangezien we pas om 12u30 vertrokken om de stroom iets mee te hebben, want de wind zat op kop: vooruitzichten 22knopen west zou het laat zijn eer we in Barbate aankwamen. Niet echt wat wij nodig hadden, maar de Skipper wilde het toch ook proberen. We zouden wel terugdraaien als het te zwaar werd, maar eens op zee, blijf je proberen en denk je seffens gaat het beter.
De eerste 5 mijl zeilden we prima, scherp en witte koppen (horses zeggen de Engelsen), goede zichtbaarheid, met een snelheid van 7 knopen. De koers moest iets gewijzigd worden en toen was het gedaan. De horses bleven, maar de wind tot 25 knopen zat volledig op kop en de stroming tegen. Gelukkig werden we door de golven maar halfzijdig aangevallen. Gedaan met zielen en snelheid maken. De motor trok en trok, maar we kwamen niet boven de 3 knopen snelheid. We vaarden parallel met de Traffic Line in de Shore zone en die mastodonten passeerden ons natuurlijk zonder moeite. Ter hoogte van Tarifa zou de stroom draaien, maar daar hebben we niets van gezien. Het bleef kruipen naar Barbate. Gelukkig was de zichtbaarheid goed en hebben we Afrika, zelfs de Tan-Med haven, en de Spaanse kust tot in Barbate duidelijk gezien. We probeerden steeds onze koers bij te zetten, om wat comfortabeler en sneller te varen, maar de wind en de golven bleven op kop meedraaien zodat het getij geen invloed had op onze snelheid. De onderstroom die zorgt voor de toevoer van het water van de Atlantic naar de Med zit dan ook nog eens tegen.
Om 17 uur waren we pas ter hoogte van Tarifa, het zuidelijkste puntje van het vaste land van Europa. Gelukkig kookte het hier niet, maar speelden de kleine golven op de lange Atlantische golven met de nodige horses. De zee is hier altijd onrustig omdat dit het smalste deel van de straat is (8 mijl) met aan weerszijden de hoge bergen van Spanje en Marokko die een soort windtunnel veroorzaken waar het tenminste 300 dagen per jaar serieus waait. De massa’s windmolen getuigen hiervan.
De laatste 5 mijl liep de snelheid op tot 5,5 knoop en vaarden we eindelijk bij valavond rond 9u30 na 35 mijl vechtend tegen de natuurelementen de haven binnen, waar we overvallen werden door de muggen. We behaalden toch nog een gemiddelde snelheid van bijna 4 knopen. Onze eerste trip dit jaar in de Atlantische Oceaan had we wel wat anders voorgesteld.
‘s Morgens ging ik nog vlug met de fiets boodschappen doen, want morgen is het zondag en aangezien we pas om 12u30 vertrokken om de stroom iets mee te hebben, want de wind zat op kop: vooruitzichten 22knopen west zou het laat zijn eer we in Barbate aankwamen. Niet echt wat wij nodig hadden, maar de Skipper wilde het toch ook proberen. We zouden wel terugdraaien als het te zwaar werd, maar eens op zee, blijf je proberen en denk je seffens gaat het beter.
De eerste 5 mijl zeilden we prima, scherp en witte koppen (horses zeggen de Engelsen), goede zichtbaarheid, met een snelheid van 7 knopen. De koers moest iets gewijzigd worden en toen was het gedaan. De horses bleven, maar de wind tot 25 knopen zat volledig op kop en de stroming tegen. Gelukkig werden we door de golven maar halfzijdig aangevallen. Gedaan met zielen en snelheid maken. De motor trok en trok, maar we kwamen niet boven de 3 knopen snelheid. We vaarden parallel met de Traffic Line in de Shore zone en die mastodonten passeerden ons natuurlijk zonder moeite. Ter hoogte van Tarifa zou de stroom draaien, maar daar hebben we niets van gezien. Het bleef kruipen naar Barbate. Gelukkig was de zichtbaarheid goed en hebben we Afrika, zelfs de Tan-Med haven, en de Spaanse kust tot in Barbate duidelijk gezien. We probeerden steeds onze koers bij te zetten, om wat comfortabeler en sneller te varen, maar de wind en de golven bleven op kop meedraaien zodat het getij geen invloed had op onze snelheid. De onderstroom die zorgt voor de toevoer van het water van de Atlantic naar de Med zit dan ook nog eens tegen.
Om 17 uur waren we pas ter hoogte van Tarifa, het zuidelijkste puntje van het vaste land van Europa. Gelukkig kookte het hier niet, maar speelden de kleine golven op de lange Atlantische golven met de nodige horses. De zee is hier altijd onrustig omdat dit het smalste deel van de straat is (8 mijl) met aan weerszijden de hoge bergen van Spanje en Marokko die een soort windtunnel veroorzaken waar het tenminste 300 dagen per jaar serieus waait. De massa’s windmolen getuigen hiervan.
De laatste 5 mijl liep de snelheid op tot 5,5 knoop en vaarden we eindelijk bij valavond rond 9u30 na 35 mijl vechtend tegen de natuurelementen de haven binnen, waar we overvallen werden door de muggen. We behaalden toch nog een gemiddelde snelheid van bijna 4 knopen. Onze eerste trip dit jaar in de Atlantische Oceaan had we wel wat anders voorgesteld.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten